Wanneer iets wordt geschilderd, wat wordt er vervuld?
Een vraag die zich niet meer op het essentiële in de schilderkunst concentreert, maar die aandacht heeft voor de dingen die buiten en binnen in het schilderij circuleren. De dingen die het schilderij niet verklaren. Die houden zich niet bezig met de betekenissen. Die zoeken het antwoord op, waarom heeft kunstenaar dit of dat gedaan niet. Ze horen gewoon bij het schilderij. Een van die dingen is het spel. Een woord dat altijd met kunst samengaat. Want, wanneer een kunstenaar begint te schilderen (of voor sommige kunstenaars, beginnen erover te denken of te fantaseren), begint hij of zij waarlijk te spelen. Spelen met zijn gedachten, met zijn fantasie, spelen met materialen, met vormen, met inhoud, kortom met alles waarmee een kunstenaar zich bezig houdt om tot een schilderij te komen.
De toeschouwers spelen ook tijdens hun waarnemingen. Want ze proberen direct of meestal indirect de beelden van de schilderijen in relatie te brengen met eerdere werken die ze hebben gezien (we kijken naar iets met behulp van wat we ervan weten en met wat we ervan geloven.) Dit voortdurend heen-en-weer tussen de dingen (die in het kunstwerk zijn en de dingen die in het geheugen van de toeschouwer bestaan) is een teken van het spel.
Toen ik eerste keer het toneelstuk “Wachten op Godot” van Samuel Beckett gelezen heb, dacht ik direct aan het spel.Het spel dat in traditionele zin de personages met hun rol het wachten(zo suggereert de titel) niet uitbeeldden, maar ze doen precies andersom. Met het wachten verwijzen ze naar het spel. Het spel dat in hun dialogen (beter gezegd, in hun taalspel), in hun gedrag, in hun gewoonten, in hun hoop enz werd vertoond en werd herhaald. Herhalen en nog een keer herhalen. Dat lijkt het spel is het enige ding dat ze nog kunnen doen, hoewel ze niet weten wat ze willen spelen, niet weten hoe te spelen wat ze denken te willen spelen en toch niet ophouden te spelen. Misschien ze doen gewoon hun dagelijkse spelletjes (zoals miljoenen anderen) en met het woord “het wachten” willen ze die vertonen.
Ik probeerde dit toneelstuk als basiselement voor mijn nieuwe schilderijen gebruiken. Ik wou zeker dit toneelspel niet representeren. Ik wilde ook niet de ideeën van Beckett in beeld brengen. Want ik weet niet wat hij dacht of wat hij daarmee wilde zeggen. Maar wat ik wel geprobeerd heb, een dialoog voeren; een discussie tussen mijn werk en zijn werk. Waarin soms mijn schilderijen spreken (daarnaast zeg ik ook wat) en soms spreekt zijn toneelstuk (daarnaast zegt hij ook iets) en soms spreken ze tegelijk.
We zien in deze serie schilderijen in de eerste plaats de spelletjes. Spelen met materialen, spelen met vormen en kleuren, spelen met de manier waarop iets wordt geschilderd, spelen met stijlen, spelen met ideeën, spelen met wat je denkt, spelen met wat je wil zeggen, zelfs, het spel zelf zijn.
